Naar de inhoud

Hoe beoordeelt de rechtbank een woord-tegen-woord situatie bij een verkrachting?

In een vonnis van 24 april 2026 verduidelijkte de correctionele rechtbank van Hasselt hoe het begrip toestemming moet worden beoordeeld bij verkrachting en aantasting van de seksuele integriteit. De rechtbank benadrukte dat toestemming vrijwillig, bewust en ondubbelzinnig moet worden gegeven en nooit zomaar mag worden verondersteld. Het vonnis illustreert hoe rechters in woord-tegen-woord situaties alle concrete elementen van het dossier onderzoeken om na te gaan of er sprake was van toestemming en of de verdachte zich daarvan voldoende heeft vergewist.
Toestemming, verkrachting en woord-tegen-woord

Op 24 april 2026 sprak de correctionele rechtbank van Hasselt een interessant vonnis uit over de zedenmisdrijven verkrachting, aantasting seksuele integriteit en hun verhouding tot een geldige toestemming. De zaak draaide om een belangrijke vraag: wanneer is er sprake van geldige toestemming voor seksuele handelingen, en hoe beoordeelt een rechtbank situaties waarin de betrokken partijen een verschillende versie van de feiten geven?

Wat is verkrachting volgens de Belgische wet?

Artikel 417/11 Strafwetboek stelt dat verkrachting elke gestelde daad is die bestaat of mede bestaat uit een seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd op een persoon of met behulp van een persoon die daar niet in toestemt.

Wanneer er dus seksuele handelingen met penetratie plaatsvinden zonder een geldige toestemming, spreekt men van een verkrachting. Deze penetratie hoeft niet noodzakelijk met een geslachtsdeel te zijn, maar dit kan ook met bijvoorbeeld een vinger zijn.

Wat is aantasting van de seksuele integriteit / aanranding van de eerbaarheid volgens het Strafwetboek?

Krachtens artikel 417/7 Strafwetboek is de aantasting van de seksuele integriteit het stellen van een seksuele handeling op een persoon die daar niet in toestemt, al dan niet met behulp van een derde persoon die daar niet in toestemt, dan wel het laten stellen van een seksuele handeling door een persoon die daar niet in toestemt.

Opnieuw is er dus sprake van een misdrijf wanneer er seksuele handelingen worden gesteld zonder dat er een geldige toestemming is.

Geldige toestemming bij zedenfeiten

Toestemming moet vrijwillig, bewust en geïnformeerd worden gegeven. De rechter beoordeelt dit steeds op basis van de concrete omstandigheden van de zaak.

Belangrijke uitgangspunten zijn:

  • Toestemming mag niet zomaar worden verondersteld.
  • Het ontbreken van verzet betekent niet automatisch dat er toestemming is.
  • Toestemming kan op elk moment worden ingetrokken.
  • Toestemming is niet geldig wanneer deze wordt verkregen door geweld, bedreiging, dwang, misleiding of misbruik van een kwetsbare situatie.
  • Iemand die onder invloed is van alcohol, drugs of bepaalde medicatie kan mogelijk geen geldige toestemming meer geven.

Bij de beoordeling kijkt de rechtbank naar alle beschikbare elementen in het dossier, zoals verklaringen van betrokkenen, getuigenverklaringen en eventuele medische of forensische vaststellingen. Denk bijvoorbeeld aan toxicologisch onderzoek om te kijken of iemand überhaupt nog een vrije toestemming kan geven, dan wel te geïntoxiqueerd is. Of denk bijvoorbeeld aan de situatie wanneer iemand in een machtsverhouding zit en deze persoon dwang uitoefent, waardoor de vrije wil is aangetast. Het is steeds aan de rechtbank om te oordelen of er in de specifieke omstandigheden van het dossier sprake was van een geldige toestemming. De bijstand van een gespecialiseerd advocaat in zedenfeiten is hier cruciaal.

Wat als er sprake is van een woord-tegen-woord situatie?

De beklaagde in het dossier ontkende in alle talen dat hij zich had schuldig gemaakt aan verkrachting en aan aanranding / aantasting van de seksuele integriteit. Meer concreet erkende hij weliswaar dat hij het geslachtsdeel van het slachtoffer had gepenetreerd met zijn vingers, maar hield hij voor dat deze seksuele handelingen werden gedragen door haar toestemming en er dus geen sprake was van een zedenmisdrijf.

Hoe beoordeeld een rechtbank zo’ casussen in de praktijk? De beoordeling van de strafbaarheid van de beklaagde aan de hem ten laste gelegde feiten onder de tenlasteleggingen  van verkrachting en aantasting van de seksuele integriteit impliceert (1) het bepalen van de handelingen waarvan op basis van de voorliggende gegevens boven iedere redelijke twijfel kan worden aangenomen dat zij hebben plaatsgevonden met in het bijzonder de vraag of daarbij ook handelingen van seksuele penetratie plaatsvonden, (2) het bepalen of de handelingen die aldus hebben plaatsgevonden het gevolg waren van een wederzijdse toestemming en (3) zo er geen toestemming bestond, het bepalen of de beklaagde dit wist dan wel of hij over dit aspect rechtsgeldig kan hebben gedwaald.

Toepassing in concreto in dit dossier

De materiële handelingen die de beklaagde toegeeft te hebben gesteld, bestaan erin (1) dat hij het slachtoffer heeft gezoend en (2) dat hij haar geslachtsdeel van met zijn vingers heeft gepenetreerd. Er hebben dus seksuele handelingen plaatsgevonden die kunnen kwalificeren als verkrachting en aanranding, wanneer zij zijn gesteld zonder een geldige toestemming.

Vervolgens moet de rechtbank dus de vraag beoordelen of de gestelde handelingen werden gedragen door een geldige voorafgaande en voldragen toestemming. De rechtbank was van oordeel dat de resultaten van het strafonderzoek boven iedere redelijke twijfel hebben aangetoond dat er op het moment van het stellen van de seksuele handelingen met inbegrip van de seksuele penetratie geen toestemming voorlag in hoofde van het slachtoffer. Er was dus volgens de rechtbank te Hasselt geen sprake van een situatie waarin het slachtoffer deze toestemming achteraf zou hebben ingetrokken.

De derde en laatste beoordelingsstap die de rechtbank moet maken is of de beklaagde op basis van de feitelijke omstandigheden en de signalen die hij had gekregen zelf wist dat hij niet beschikte over een geldige toestemming dan wel of hij daarover kon hebben gedwaald. Op dat vlak meende de rechtbank in dit dossier dat de voorliggende gegevens het toelieten om boven iedere redelijke twijfel aan te nemen dat de beklaagde niet kan voorhouden dat hij heeft gedwaald over het gebrek aan het bestaan van een geldige voorafgaande toestemming tot het stellen van de hoger beschreven handelingen, om volgende reden: “Volgens de verklaring van de beklaagde verbleef de betrokken vrouw bij hem zonder seksuele bedoeling. Op een bepaald moment zou er spontaan een intiem moment zijn ontstaan. De beklaagde gaf aan dat hij, zonder dit expliciet te vragen of te controleren, ervan uitging dat zij instemde met seksuele handelingen. Tegelijk verklaarde hij dat zij hem niet fysiek had aangeraakt. Er was geen romantische relatie tussen beiden en er waren voordien geen duidelijke signalen van wederzijdse aantrekkingskracht geweest. De vrouw had zich bovendien apart kunnen omkleden voordat zij in bed ging liggen. De beklaagde had op dat moment een relatie met iemand anders, waarvan de vrouw op de hoogte was. Volgens zijn eigen verklaring ging de beklaagde na een kus vrijwel onmiddellijk over tot seksuele handelingen, zonder voorafgaande toenadering of wederzijdse lichamelijke interactie. Het gebeurde in een donkere kamer terwijl de vrouw met haar rug naar hem toe lag, een feit dat niet werd betwist. De beklaagde verklaarde ook dat hij dacht dat de vrouw veel alcohol had gedronken. Omdat dit tijdens het onderzoek niet duidelijk werd bevestigd, hield de rechtbank hier geen rekening mee bij de beoordeling van de toestemming. De rechtbank stelde wel dat deze veronderstelling voor de beklaagde een extra reden had moeten zijn om zich ervan te vergewissen dat de vrouw daadwerkelijk in staat was om toestemming te geven.”

In de context zoals geschetst, is de rechtbank van oordeel dat de beklaagde niet heeft gehandeld zoals een normale zorgvuldige persoon. In de context waarvan sprake had de beklaagde uitdrukkelijk moeten aftoetsen of er bij het slachtoffer toestemming bestond tot de seksuele handelingen die hij wou stellen, al was het maar zeer kort, door bijvoorbeeld te vragen of het oké was voor haar. Door haar integendeel zonder vraag en terwijl zij met haar rug naar hem toe in het donker lag buiten de context van een amoureuze relatie, te betasten en haar nagenoeg meteen ook seksueel te penetreren met zijn vingers, handelde hij onvoorzichtig. Als hij in die omstandigheden niet wist dat hij geen toestemming had tot de handelingen die hij stelde, is dat omdat hij zich op dat vlak foutief want onzorgvuldig heeft gedragen. De beklaagde maakte zich dus volgens de rechtbank schuldig aan verkrachting en aantasting seksuele integriteit.

Wat is een gepaste straf voor verkrachting?

Dit is een zeer moeilijke vraag die af hangt van de context van de feiten. Elk dossier is anders, en elke dader is anders. Een verkrachting in een dossier zoals dat van Julie Van Espen is niet hetzelfde als een verkrachting zoals in dit dossier. De rechtbank moet dus steeds rekening houden met de persoon van de dader en met de concrete feiten en omstandigheden in een dossier. In dit geval heeft de rechtbank de uitzonderlijke gunst van de probatie-opschorting opgelegd.

Ben jij zelf slachtoffer of verdachte in een betwiste zedenzaak en heb jij nood aan een advocaat gespecialiseerd in zedenfeiten zoals verkrachting en aanranding? Bel dan zo snel mogelijk naar advocaat Manon Cop voor een eerste vertrouwelijke gesprek.

Zie ook: VRT NWS

Zie meer uitgebreid over het misdrijf verkrachting: advocaat verkrachting

Mr. Manon Cop
Advocaat · Seksueel Strafrecht

Advocaat aan de balie van Antwerpen, gespecialiseerd in seksueel strafrecht. Co-auteur van het handboek ‘Het seksueel strafrecht — Van wet tot vonnis’ (LeA Uitgevers) en co-host van de podcast Studio Z.

Contact