Naar de inhoud
Media, Opinie

Opinie over ‘het bestaat’ in De Morgen

Slachtoffers van seksueel misbruik hebben niet alleen een stem nodig, maar ook een samenleving die écht luistert. Herstel kent geen vaste termijn en hulpbehoeften kunnen jaren of zelfs decennia na de feiten veranderen. In deze opinie pleiten Kasia Uzieblo en Manon Cop voor toegankelijke hulpverlening en justitie, ook wanneer slachtoffers pas veel later hulp zoeken of aangifte doen. De rechten van slachtoffers bestaan, maar moeten ook in de praktijk toegankelijk en menselijk worden gemaakt.
Opinie over 'Het bestaat' in De Morgen.

We vragen slachtoffers te spreken. Maar blijven we ook luisteren?

Nog voor Het bestaat te zien was, maakte de docuserie al veel los. De aandacht ging daarbij vooral naar de deelname van Sven Pichal. Daardoor dreigde de kern van de reeks naar de achtergrond te verdwijnen: de ervaringen van slachtoffers. In de eerste aflevering vertellen zij hoe seksueel misbruik hun kindertijd tekende en hoe het vandaag nog doorwerkt. Hun getuigenissen stellen ons voor een confronterende vraag: als slachtoffers de moed vinden om te spreken, luisteren wij dan wel voldoende naar wat zij écht nodig hebben?

De voorbije decennia heeft het slachtoffer gelukkig een steeds nadrukkelijkere plaats gekregen binnen zowel de hulpverlening als het strafproces. Slachtoffers hebben vandaag eigen rechten, belangen en een stem die gehoord mag worden. Maar een recht is slechts waardevol wanneer het ook daadwerkelijk kan worden uitgeoefend.

Kasia Uzieblo is Vlaams coördinator van Hulplijn 1712 en professor in de forensische psychologie aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Manon Cop is advocaat gespecialiseerd in het seksueel strafrecht. Samen schreven ze een opinie in De Morgen over slachtoffers, het actuele zorgaanbod en justitie. 

Herstel heeft geen deadline

 We stellen herstel na het ervaren van seksueel misbruik graag voor als een overzichtelijk proces. Iemand vertelt wat er is gebeurd, krijgt hulp en kan daarna verder. Dat idee biedt houvast: het suggereert dat we weten wanneer zorg nodig is en wanneer onze bezorgdheid mag ophouden. Maar de getuigenissen in de reeks tonen hoe pijnlijk ontoereikend die verwachting kan zijn. Wat in de kindertijd gebeurde, laat zich niet vanzelf begrenzen tot die levensfase. Het is dan ook een mythe dat ieder slachtoffer op dezelfde manier reageert en hetzelfde verwerkingsproces doorloopt.

Seksueel misbruik kan langdurige gevolgen hebben voor onder meer het psychisch welzijn, het vertrouwen in anderen en de beleving van intimiteit. Hoe die gevolgen zich ontwikkelen, verschilt echter van persoon tot persoon. Maar ook wat iemand nodig heeft, kan over tijd veranderen. Herstel verloopt immers niet noodzakelijk in een rechte lijn. Een periode waarin het goed gaat, kan worden gevolgd door een periode waarin ervaringen opnieuw zwaarder wegen. Zo kan het op zichzelf gaan wonen, een nieuwe relatie of het ouderschap andere vragen oproepen. Evenzeer kan iemand pas jaren of zelfs decennia later de ruimte vinden om hulp te zoeken. Voor anderen komt die ruimte er helaas nooit. Wie opnieuw ondersteuning nodig heeft, heeft daarom niet gefaald. Het betekent ook niet dat eerdere hulp zinloos was. Maar juist omdat ervaringen en behoeften verschillen, mogen we niemand vastzetten in een opgelegd tempo, noch in het beeld van iemand die onvermijdelijk levenslang beschadigd blijft.

Die verscheidenheid moet gevolgen hebben voor de organisatie van onze zorg. Diverse diensten die in de reeks aan bod komen, spelen met hun laagdrempelig aanbod een cruciale rol. Toch botsen we dagelijks op de grenzen van onze dienstverlening. Vindt iemand die vijf jaar na de feiten hulp zoekt, vlot de juiste dienst? Kan iemand die twintig jaar later opnieuw vastloopt tijdig bij een deskundige behandelaar terecht? Weet iemand die een begeleiding afrondt waar hij of zij later opnieuw terechtkan? En zelfs wanneer passende hulp beschikbaar is: kan een slachtoffer die betalen? Gespecialiseerde behandeling kan namelijk zwaar wegen op het budget, terwijl de gevolgen van het misbruik het tegelijk moeilijk kunnen maken om te werken. Zo dreigt hulp buiten bereik te raken door de gevolgen van precies datgene waarvoor iemand hulp zoekt. Het bestaan van een aanbod op papier volstaat dus niet. Slachtoffers moeten de weg ernaartoe kunnen vinden, er tijdig terechtkunnen én de hulp kunnen betalen.

En ook justitie moet toegankelijk zijn. Een strafproces kan helend zijn en kan voor een slachtoffer het sluitstuk zijn van een jarenlange zoektocht naar erkenning. Slachtoffers hebben vandaag meer mogelijkheden om informatie te krijgen, zich te laten bijstaan en te participeren in het strafproces en dat is een belangrijke stap vooruit. Maar een recht is pas een werkelijk recht wanneer iemand het ook daadwerkelijk kan uitoefenen.

Veel slachtoffers ervaren bijvoorbeeld een terechtzitting als bijzonder zwaar. De confrontatie met de beklaagde kan zo’n grote drempel vormen dat zij beslissen niet aanwezig te zijn. Begrijpelijk, maar daardoor verliezen zij de mogelijkheid om het proces zelf te volgen of het woord te nemen. Waarom moet de keuze zwart-wit zijn: aanwezig zijn en de confrontatie doorstaan, of afwezig blijven?  Wanneer een slachtoffer de confrontatie écht niet aankan, zou een tussenoplossing mogelijk moeten zijn: het volgen van en deelnemen aan het proces vanuit een afzonderlijke ruimte in het gerechtsgebouw, via een beveiligde audiovisuele verbinding en onder begeleiding van slachtofferonthaal. De technologie bestaat. De vraag is of we bereid zijn die in te zetten wanneer ze de toegang tot justitie voor kwetsbare slachtoffers kan verbeteren.

Diverse praktische drempels moeten dus beter worden aangepakt. Denk bijvoorbeeld ook aan de verjaringsregels. De verjaring van strafbare feiten heeft uiteraard een belangrijke juridische functie. Ze brengt mee dat er na verloop van tijd een einde komt aan de mogelijkheid om strafrechtelijk te vervolgen, onder meer omdat het steeds moeilijker wordt om feiten betrouwbaar te onderzoeken en bewijs te verzamelen. Tegelijk mogen we niet uit het oog verliezen dat slachtoffers van seksueel misbruik vaak pas vele jaren later in staat zijn om over hun ervaringen te spreken of aangifte te doen. Dat betekent niet dat zij op dat moment geen nood meer hebben aan hulp en erkenning. Ook wanneer een strafvordering verjaard zou zijn, mogen slachtoffers dus niet het gevoel krijgen dat zij in de kou blijven staan.

Een aangifte kan bovendien nog steeds betekenisvol zijn voor het verwerkingsproces van een slachtoffer, ook wanneer vervolging uiteindelijk niet meer mogelijk blijkt. En verjaring is bovendien een juridisch-technische kwestie die niet altijd eenvoudig op het eerste gezicht kan worden beoordeeld. Bij feiten die zich over een langere periode hebben voorgedaan of waarbij meerdere slachtoffers betrokken zijn, kan de juridische beoordeling bijvoorbeeld anders uitvallen. Het is daarom belangrijk om niet zomaar aan te nemen dat een zaak verjaard is, maar de concrete feiten en de toepasselijke verjaringsregels grondig te laten onderzoeken.

Er is dus nog werk aan de winkel, want hoe toegankelijker justitie wordt, hoe meer slachtoffers de stap durven te zetten en hoe groter de kans dat we het aantal niet-gemelde gevallen van seksueel geweld weten te verkleinen.

De getuigenissen in Het bestaat vragen dat we onze verwachtingen over herstel bijstellen en onze zorg en het strafproces daarop afstemmen. Wanneer een slachtoffer jaren later hulp zoekt, moet de vraag zijn wat die persoon vandaag nodig heeft. Ook wanneer de feiten voor de rest van de wereld al lang verleden tijd lijken te zijn. Wanneer iemand niet naar de rechtbank durft, moeten we niet alleen vragen of het recht op participatie bestaat, maar ook hoe we dit recht in praktijk toegankelijk maken. De volgende stap ligt dan ook niet noodzakelijk in het creëren van méér rechten, maar in de bestaande rechten op een menselijkere manier vorm te geven.

Kortom, het volstaat niet om slachtoffers een stem te geven. We moeten er ook voor zorgen dat we écht luisteren.

Kasia Uzieblo
Vlaams coördinator Hulplijn 1712
Professor in de forensische psychologie, VUB

Manon Cop
Advocaat seksueel strafrecht

Zie ook: De verhalen uit ‘Het bestaat’ vragen een andere kijk op herstel na seksueel misbruik.

Mr. Manon Cop
Advocaat · Seksueel Strafrecht

Advocaat aan de balie van Antwerpen, gespecialiseerd in seksueel strafrecht. Co-auteur van het handboek ‘Het seksueel strafrecht — Van wet tot vonnis’ (LeA Uitgevers) en co-host van de podcast Studio Z.

Contact